Stille zaterdag

voorganger: Herman IJzerman en Katinka Broos

Stille zaterdag – Bergsingelkerk – 11 april 2020

Inleiding
Opening

Daar zitten we weer.

Waar wachten we op?
Waarom laten we het er eenvoudig niet bij?
Zo is het leven
en het eindigt met de dood
zoals wij allemaal.
Waarom zou het bij hem anders zijn?
Waarom zijn naam met een hoofdletter
op een graf zonder bezoek?

Hij is dood.

Blijf rustig zitten als je wilt
huil desnoods
weet desnoods niet
hoe je morgen verder moet.
Maar overmorgen
of misschien de dag daarna
wen je eraan en
leef je verder
hoe dan ook.
Je zult wel moeten
want je eigen dood
is nog zover weg.

Waarom zitten we hier nog?

Hij is dood
en wat
kunnen wij anders
dan herinneren?

‘A walk tot Ceacarea’ familie Shasha

Eli, Eli
Mijn God, mijn God,
Shelo yigamer le’olam:
Moge deze dingen nooit eindigen:
Hachol vehayam
Het zand en de zee
Rishrush shel hamayim
Het ruisen van de zee
Berak hashamayim
Het lichten van de hemel
Tefilat ha’adam.
Het gebed van de mens

Genesis, 1 ,1 en 2
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water
Lukas 23 vers 44 tot en met 46
44-45 Rond het middaguur werd het donker in het hele land doordat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 46 En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.
Lied van de moeder – Pieta
Stef Bos

Waar kan ik slapen vannacht
Denken aan niets
Waar ik woon zie ik alles
Wat ik niet wil zien
In elke kamer in dit huis
In alles wat hier is
Zie ik jou voor mij
Met mijn ogen dicht

Zie jou weer spelen in het zand
Alleen met je verbeelding
Bouwde jij kastelen
Leefde in je eigen wereld
Maar in elke straat in deze stad
Waar ik ook ben
In alle mensen die jij kende
Hoor ik nu jouw stem

En ik verlang naar de dagen
Dat je niets en niemand was
Te klein om heel de wereld
Te veroveren
Ik zou mijn leven geven
Om nog een keer voor een dag
Het licht te zien in jouw ogen

Waar kan ik slapen vannacht
Wie houdt mij vast
Als ik weer val in het verleden
In een bodemloze leegte
En er gaat geen dag voorbij
Dezelfde film draait in mijn hoofd
Jij ligt weerloos in mijn armen
Jouw ogen zijn gebroken
En uitgedoofd

En ik verlang naar de dagen
Toen je niets en niemand was
Te klein om heel de wereld
Te veroveren
Ik zou mijn leven geven
Om nog een keer voor een dag
Het licht te zien in jouw ogen

Ze noemen jou een koning
Ze noemen jou een bedelaar
Ze noemen jou een held
Ze noemen jou een lasteraar
Ze noemen jou een dromer
En ze noemen jou een tovenaar
Ze noemen jou van alles

Maar ik verlang naar de dagen
Dat je niets en niemand was
Te klein om heel de wereld
Te veroveren
Nu zou ik alles geven
Om nog een keer voor een dag
Het licht te zijn in jouw ogen

Ik verlang naar de dagen
Dat je niets en niemand was
Te klein om heel de wereld
Te veroveren
Ik zou alles geven om
Nog een keer voor een dag
Het licht te zien
In jouw ogen

1 Korinthe 2 vers 9 en 10.
9 Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’
10 God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God.
De paaswake in een loods in Libië
De foto van Jeroen Oerlemans.

Jeroen Oerlemans was een oorlogsfotograaf. Hij is omgekomen tijdens zijn werk. Een paar jaar geleden was er in de Kunsthal een tentoonstelling van zijn werk. De aanblik daarvan bracht je als kijker naar veel plekken van geweld in de wereld. Er was één foto, waar ik diep door werd geraakt. Die foto deed me denken aan Paasnacht.
Op de foto zag je de binnenkant van een loods. Op de voorgrond, verscholen in het donker, lagen de lijken van mannen die waren doodgemarteld door de aanhangers van Khadaffi. Op de achtergrond zag je licht, zonlicht, binnenvallen door een deur, die open stond. Midden in die loods stond een man met een baard en een tulband op zijn hoofd. Hij droeg een wit gewaad. De tekst onder de foto was: ‘Een vader op zoek naar zijn dode zoon’.
Toen ik de foto zag en het onderschrift las, gaf me dat een schok. Ik dacht : Zo moet God in de Paasnacht hebben gestaan, een vader op zoek naar zijn zoon, gemarteld en gedood, liggend tussen de lijken. De lijken, van al die slachtoffers van het geweld dat mensen elkaar kunnen aandoen.

God in de paasnacht
De man met de baard en de tulband op zijn hoofd, in het witte gewaad, deed mij denken aan God. Het is een beeld van God, dat is gevormd in mijn kindertijd. Door de verhalen uit de kinderbijbel en de vertellingen van de juffrouw en de meester op de lager school. Het is ook het beeld uit de Bijbel. Ik weet dat dit beeld, God als vader, bij veel mensen gevoelens van boosheid en verdriet oproept. Maar voor nu hou ik even vast aan dit beeld uit mijn kindertijd.
Deze vader is de loods binnen gegaan. Het is een verschrikkelijk leeg moment. Maar hij gaat. Hij gaat op zoek naar het lijk van zijn zoon. Hij heeft zich gekleed in het wit. Wit is in bepaalde culturen de kleur van rouw. Hij heeft zich al gekleed op de werkelijkheid, die hij onder ogen gaat zien.
Ieder, die weet heeft van rouw, voelt liefde voor wie er niet meer is op een heel diepe laag. Zo diep, dat het energie wegzuigt uit het lichaam. De liefde moet door het lijden en het gemis heen. Dit is wat er in dit lege moment wordt onthuld over wie God is. God is een vader, die lijden en gemis opneemt in zijn liefde.

De Geest trekt weg, naar het licht, de wereld in.
Deze vader kan daar niet blijven staan. Hij moet weer naar buiten. Op de foto wordt dit verbeeld door de open deur, waardoor het licht van de zon, van buiten naar binnen valt. Wie geeft de vader de kracht, de moed, om die stap te maken? Om in de wereld verder te leven, te leven vol liefde, die is getekend door het lijden.
In de gelezen teksten gaat het over de Geest. De Geest, die er altijd is, zelfs al voor de schepping. Van Jezus wordt gezegd, dat Hij door de Geest geleid, zijn weg temidden van de mensen is gegaan. Die Geest is bij hem als hij sterft en hij zijn geest, zijn leven, legt in de handen van God. En nu, nu trekt deze Geest de vader, in het gewaad van de rouw, naar buiten door de open deur de wereld in. En dan, dan wordt het spannend: Hoe gaat deze vader zijn liefde, getekend door het gemis en verdriet, leven in de wereld? De Geest doorgrondt de diepten Gods. Zal de Geest de liefde weer wakker kunnen roepen? De liefde die door het lijden is getekend?
In de paasnacht heerst de stilte van de lijken in de loods. Het is de stilte ,die door de eeuwen heen iedere keer weer ontstaat. Die ons verbindt met de onschuldige slachtoffers. De foto van Jeroen Oerlemans heeft mij geholpen om daar bij stil te blijven staan. Om via dat kinderlijke godsbeeld te beseffen en te voelen dat je niet over God kunt spreken als je niet durft toe te staan dat deze God, altijd weer die loods binnen gaat, waar ook ter wereld, op zoek naar het gemartelde en vermoorde mensenkind.

Brad Mehldau, Meditation, Lord watch over me

Gij waakt en draagt
en vraagt aan mij
of ik verdragen kan
uw schaduw aan mijn zij.

Gij hoedt, behoedt
en zoekt naar mij
of ik vermoeden kan
uw adem dicht in mij.

Gij wacht bij nacht
en dag op mij
of ik vernemen wil
uw hartslag diep in mij.

Gij zoekt mij, noemt
en roept mijn naam:
wanneer ik horen wil
zal ik uw stem verstaan.
Tekst: Henk Jongerius (Lied 265)

Nu het avond is
Waak Gij Schepper, als wij slapen.
In de duisternis
U behoren wij.
Waak Gij Schepper als wij slapen.
Die ons hebt behoedt,
Blijf naar ons omzien als wij slapen.
Gij, die liefde zijt
Zegen ons vannacht als wij slapen
Gij, die leven zal,
Doe ons opstaan als wij ontwaken.
Zegen ons
Zegen ons met vrede en laat lichten uw aangezicht.
AMEN.

Aan deze viering werkten mee:
Jan de Haan: techniek
Herman IJzerman: overdenking
Katinka Broos: liturgie