Pasen

voorganger: Aad van Endhoven

Orde van dienst BSK Pasen – 120420

Orde van dienst voor de paasviering van 12 april 2020 vanuit de BERGSINGELKERK

Kleur: Wit
Voorganger: Aad van Endhoven
Organist: Edwin Vooijs
Lector: Geke Westera

Opgang
– Orgelpreludium over Lied 601
– Paasgroet bij de Paaskaars
We zingen Lied 287: 1, 2 en 5

Intrede
– Inleidend woord
Stil gebed
Bemoediging:
V: Wij vinden hulp en steun bij de Eeuwige
G: die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering:
V: Het is Pasen, hier zijn wij
om te zingen en te praten over U:
G: Grote Goedheid in ons midden!
V: Het is Pasen, hier zijn wij
om te vieren dat het LICHT het gewonnen heeft.
Gewonnen van het DONKER. Gewonnen van de NACHT.
En daarom zeggen wij:
G: Grote Goedheid, we leven nog!
V: Het is Pasen, hier zijn wij
om te roepen tegen alles wat kapot maakt,
tegen alles wat gemeen is,
tegen alles wat doodmaakt:
G: Grote Goedheid, het is Pasen,
het licht is opgegaan,
een nieuwe morgen!!
V: Hier zijn we, om te zingen, om te roepen en te vieren:
G: God in ons midden, vandaag en alle dagen
die ons aan deze kant van het bestaan gegeven zijn.
Amen.
We zingen Psalm 136: 1, 3, 6 en 13

-Inleiding op kyrie en gloria.
Kyrie:
Cantorij: “Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft.” (2x)

V: Pasen vieren we, “vrolijk Pasen” zeggen we. “Opstaan” zeggen we. Voor een heleboel mensen is het geen Pasen.
Ze kunnen nauwelijks opstaan. Te moe omdat ze op de vlucht zijn. Op de vlucht voor de oorlog en de ruzies die gemaakt worden. Om mensen die als vriendinnen en vrienden met elkaar zouden willen omgaan maar dat mag niet van de haatzaaiers. En ze roepen:
“Oorlog-makers, haatzaaiers, jullie weten niet wat je doet!!”
Opstaan?? Gaat gewoon niet!!
G: Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft. (2x)
V: Je kunt toch niet opstaan en feestvieren als je niets hebt om feest te vieren. Haast helemaal niets. Te weinig om te eten en te drinken. Te arm om iets te kopen. De aarde te droog en niets kan daar meer groeien. Of het regent alle dagen van de week en wordt alles weggespoeld door het water. En ze roepen:
“Honger heb ik en dorst, God wat heb ik dorst!”
Opstaan?? Gaat gewoon niet!!
G: Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft. (2x)
V: Hoe zou je nou op moeten staan als je steeds omver geschopt wordt?! Als mensen je pesten, als ze gemeen over je praten, als ze je uitlachen?! Hoe zou je op moeten staan als ze zeggen dat je waardeloos bent en dom en lelijk?! Hoe zou je op moeten staan als er niemand is je op je wacht en van je houdt?! Als je maar blijft zitten waar je zit, alleen!! En ze roepen:
“God, waarom voel ik me zo alleen en verlaten?!!”
Opstaan?? Gaat gewoon niet!!
G: Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft. (2x)
Gloria:
V: Wij roepen om het LICHT van Pasen. Om LICHT voor de mensen die te verdrietig zijn om op te staan. Om LICHT voor de mensen in oorlog. Laat de vrede het winnen. Dat er mensen zullen opstaan die weer weten wat ze doen: LICHTMAKERS!!!!
We zingen Lied 600: 1
Wij roepen om het LICHT van Pasen. Om LICHT voor de mensen die doodgaan van de honger en de dorst. Er is genoeg voor iedereen…, echt waar! Dat er mensen zullen opstaan die weer weten wat eerlijk delen is: LICHTMAKERS!!!!
We zingen Lied 600: 2 en 3
V: Wij roepen om het LICHT van Pasen voor al die mensen zo alleen. Jullie voelen je dood en dood ongelukkig. Maar: Sta op, kom erbij, je bent niet alleen, je bent niet dom, je mag er zijn, je bent mooi, ik wacht op je, we zijn bij je. Luister goed: Sta op! Met z’n allen bij elkaar zijn we: LICHTMAKERS!!!!

We zingen Lied 600: 4 en 5
V: Sta op voor het leven
met werken van vrede
en daden van recht
ten dienste van mensen
gemarteld, verdreven,
als slaven geknecht.
Mensen, sta op
en schrijf levensgroot:
“Pasen brengt opstand mee
tegen de dood!!!!!”
We zingen Lied 634

Heilige Schrift
Gebed voor de paasmorgen

Lezing uit Genesis 1: 24 t/m 2: 4 :
24 God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.
26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.
4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.

Cantorij zingt Alleluia (Taizé)

Lezing uit Johannes 20: 1 t/m 18:
1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.
11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

We zingen Lied 630: 1, 3 en 4

Overdenking

We zingen Lied 637

Gebeden en gaven
-Voorbede, na “Laat ons bidden…”

– Cantorij: “Onze Vader…”
Zending en Zegen
(allen gaan staan)

We zingen ons slotlied:
– Zingen: “Ga maar gerust” – Sytze de Vries

2. Ga maar gerust, want Ik zal met je meegaan.
Ik ben de zon, waarvoor het donker knielt.
Ik ben de groet, waarmee ook jij kunt opstaan
Ik ben de hoop, dat zaad diep in je ziel.
Ik ben het lied, dat fluistert in de bomen.
Ik ben de dag, die schemert in je droom.

3. Ga maar gerust, want Ik zal met je meegaan.
Ik ben de liefde, die een mens je schenkt.
Ik ben de hoogste toon die jij kunt aanslaan.
Ik ben de verte die verlangend wenkt.
En, kom je thuis, de laatste mist verdwenen,
ben Ik de hand, die al je tranen wist.

Zending en Zegenbede
G: Amen (gesproken)
-Orgelpostludium over Lied 642