Kerkdienst

voorganger: Aad van Endhoven

Bij deze zondag:
Er hoeft niemand bij de deur te staan met de zondagsbrief.
Er hoeft niemand welkom te heten.
Er hoeft niemand eerder aanwezig te zijn om koffie te zetten.
Er hoeft niemand iemand op te halen……
Toch hoort u straks het orgel en Edwin zit achter de toetsen.
Toch hoort u straks het zingen van een afgeslankte cantorij.
Toch hoort u straks een bekende stem die zal beginnen met:
“We mogen elkaar hartelijk welkom heten op de vierde zondag van de veertigdagentijd”.
Met een heel klein groepje zijn we bij elkaar en houden gepaste afstand. En we denken u en jullie die dit nu lezen erbij!!
Hoe opeens de wereld totaal kan veranderen. We kunnen van alles, we ontdekken de meest bijzondere dingen, we kunnen naar de maan, we zijn knap en vindingrijk…… Mens wat kunnen we veel!!!!!!!!!!!!!
Maar dan opeens is er een virus ergens in een ver land en dan blijkt dat we niet zoveel meer kunnen, dat er nog een vaccin ontdekt moet worden, dat we zo knap en vindingrijk nog niet zijn.
En toch vieren we de vierde zondag van de veertigdagentijd. Als teken dat we elkaar niet zijn vergeten. Dat we ons met elkaar verbonden willen voelen.
Heel toevallig gaat de lezing, die vandaag gewoon aan de beurt is, over een mens die afgezonderd leeft. Blind, die mens hoort er niet bij.
En dan staat ook nog voor vandaag die bekende Psalm 23 op het rooster. Die over “de Heer is mijn herder” en “Ik vrees geen kwaad, ik ben niet bang!”
Nou, laten we eerlijk zijn: dat zijn grote woorden vandaag aan de dag.
Antwoorden op een heleboel vragen zullen we niet krijgen, maar schuilen bij elkaar… al is dat via een uitzending van de kerkomroep….. dat helpt!!!!!
U hoort de bekende klanken van het orgel, bekende stemmen die liedjes van hoop en verlangen zingen.
Laten we zo hopen en vertrouwen op God in ons midden, waar we ook zijn!
We eindigen met de zegen die ons dit keer naar een bijzondere dienst aan de wereld brengt.
Laten we het zo zeggen:
“Wij vanmorgen bij elkaar, in de Bergsingelkerk, en thuis…, samen een klein groepje mensen op hoop van zegen…, wij wensen elkaar een goede dienst toe!”
Aad van Endhoven.

Orde van dienst voor de viering van 22 maart 2020 vanuit de Bergsingelkerk te Rotterdam

4e zondag veertigdagentijd – Zondag “Laetare” (“Verheug u”)

Kleur: paars
Voorganger: Aad van Endhoven
Organist: Edwin Vooijs
Lector: Marian Luijkenaar Francken

Opgang
Orgelpreludium
Inleidend woord
Intrede

Bemoediging
V: Wij vinden hulp en steun bij de Eeuwige
G: die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering
V: Op de lange weg, o God
naar het land waar alles goed is
gaan wij door twijfels en grote zorgen
G: en sterven duizend doden.
V: De wereld is donker en hoe zouden wij
in staat zijn ons zelf staande te houden
G: en hoe kunnen wij elkaar beschermen
tegen alles wat niet goed is?
V: Op die lange weg, o God
zijn wij gekomen tot hier.
Zie ons staan en wij vragen:
G: Wees voor ons
een bodem onder onze voeten,
een weg om te gaan,
een dak boven ons hoofd,
een steun in de rug,
V: een gids voor ons uit
zodat wij elkaar niet kwijt raken
op die lange weg naar het land waar alles
goed is.
G: Wees hier aanwezig, ga met ons mee
uw Nieuwe Morgen tegemoet!
Amen.

– Intochtslied: Lied 283: 1, 4 en 5

– Kyriëgebed

– Cantorij: “Kyrië” (Lied 299f)

– Moment van stilte

– Cantorij: “Bless the Lord” (Lied 103e)

De Heilige Schrift

– Gebed bij de opening van de Schrift

– Schriftlezing gelezen en gezongen: Psalm 23

– Zingen: Psalm 23c: 1 en 2

– Lezen: onberijmd vers 4 en 5

4 Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

5 U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

– Zingen: Psalm 23c vers 5

– Schriftlezing: Johannes 9:1-17

Genezing van een blinde 9
1 In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. 2 Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ 3 ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. 4 Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. 5 Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld.’ 6 Na deze woorden spuwde hij op de grond. Met het speeksel maakte hij wat modder, hij streek die op de ogen van de blinde 7 en zei tegen hem: ‘Ga naar het badhuis van Siloam en was u daar.’ (Siloam is in onze taal
‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien. 8 Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9 De een zei: ‘Ja, die is het,’ en de ander: ‘Nee, maar hij lijkt er wel op.’ De man zelf zei: ‘Ik ben het echt.’ 10 Toen vroegen ze: ‘Hoe zijn je ogen opengegaan?’ 11 Hij zei: ‘Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: “Ga naar Siloam om u te wassen.” Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.’ 12 Ze vroegen: ‘Waar is die man?’ ‘Dat weet ik niet,’ zei hij. 13 Toen namen ze de man die blind geweest was mee naar de farizeeën. 14 De dag dat Jezus modder gemaakt had en zijn ogen geopend had, was namelijk een sabbat. 15 Ook de farizeeën vroegen hoe het kwam dat hij kon zien. En weer vertelde hij: ‘Hij heeft wat modder op mijn ogen gedaan, ik heb me gewassen en nu kan ik zien.’ 16 Sommige farizeeën meenden: ‘Zo iemand komt niet van God, want hij houdt zich niet aan de sabbat,’ maar anderen zeiden: ‘Hoe zou een zondig mens zulke wondertekenen kunnen doen?’ Er ontstond verdeeldheid. 17 Daarop vroegen ze aan de blinde: ‘Wat denk jij van die man? Het zijn immers jouw ogen die hij genezen heeft.’ ‘Hij is een profeet,’ was zijn antwoord.

– Zingen: Lied 534

– Overdenking

– Meditatief orgelspel

Gaven en Gebeden – Voorbede, na “Laat ons bidden”

Keer U om naar ons toe
Keer ons om naar elkaar

– Stil gebed

– Cantorij: “Onze Vader….” (Lied 191)

– Slotlied: Lied 416: 1, 2 en 3

– Zending en Zegenbede

G: Amen (gesproken)

– Zingen : Lied 416: 4

– Orgelpostludium over Lied 547:5

“… want de aarde jaagt ons naar de diepte toe,
maar de hemel draagt ons, liefde wordt niet moe
Kyrië eleison, wees met ons begaan,
laat ons weer verrijzen uit de dood vandaan.”