Kerkdienst

voorganger: Marjolein den Dulk

Leven en geloven is soms een worsteling, dan weer een bron van vreugde. Daarover gaat het vandaag in de lezingen. In Genesis 32, 32-32 ziet Jakob op tegen de ontmoeting met zijn broer Esau, die hij heeft bedrogen. Vlak daarvoor worstelt in de nacht bij de rivier de Jabbok, maar met wie? Met God, met een engel, met zichzelf? En hoe komt hij uit deze worsteling? In Matteüs 6, 25-34 wijst Jezus in de Bergrede op de vogels en de bloemen. Zij leven onbezorgd, ontspannen. Waarom zouden wij ons dan zorgen maken voor de dag van morgen? Twee tegengestelde teksten, lijkt het. In welke herkennen we ons? En zit er een verbinding tussen beide lezingen?
We volgen orde C.
Ds. Marjolein den Dulk

Welkom door ouderling
Aanvangslied: 886 (Abba Vader)
Groet, bemoediging, gebed van toenadering (gesproken zoals in orde C)
Kyriëgebed en loflied (gesproken, met gezongen responsie en loflied zoals in orde C)
Gebed van de zondag
Inleiding bij de lezingen
Eerste lezing: Genesis 32, 23-32
Zingen: Psalm 105: 2, 4 (Vraag naar des Heren grote daden)
Tweede lezing: Matteüs 6, 25-34
Zingen: 979: 1, 4, 5, 12, 14 (De vogels van de bomen)
Overdenking
Zingen: 1013 (Als alle mensen vogels dromen)
Gebeden (met gezongen responsie zoals in orde C), stil gebed, Onze Vader
Inzameling van de gaven
Slotlied: 981 (Zolang er mensen zijn op aarde)
Zending en zegen